HIPHOP IS GEEN MUZIEK

A. schiet veel te snel op. Zijn jongenslijf kan het tempo nauwelijks bijhouden. Vel over been is hij nog, een slungelige Biaffratiener met een ongewone voorkeur voor The Stones en The Kinks. Zijn vrienden vinden het maar niets. Kinky die muzikale voorkeuren van hem. Behalve die ene, met wie hij een eigen groepje heeft opgericht: The Generation, naar dat nummer van The Who. “De wie?”, vragen de vrienden. Precies”, zegt hij en lacht. Er schuilt een aangenaam soort superioriteit in apart-zijn. Gelukkig wordt zijn andersheid gewaardeerd in de peer group. Zelfs overwoekerd met een fijn laagje acné blijft hij een well respected man.

Pa vindt het allang oké. Pa is apetrots. “Er zijn slechts twee zekerheden in het leven”, declameert hij al jaren. “Eén: we gaan allemaal dood. Twee: hiphop is geen muziek.” Dat de kroonprins voorlopig enkel de laatste stelling tot zich heeft genomen, stoort hem niet. Elke veertienjarige waant zich de facto onsterfelijk, net als de rock-‘n-roll. Wie kan daar wat op tegen hebben?

Maar vel over been is hij, gevolg van die absurde natuurwet die zegt dat de puberteit zich vooral in de verticaliteit moeten uiten. K., dat is de koningin-moeder in onze kleine bijenkorf, buigt echter voor geen enkele wet. Zorgelijk heeft ze een dieet voor hem bij elkaar gegoogled: noten, roomboter, melkbroodjes en volle yoghurt. Gezonde vettigheden om A.’s lijn weer wat in de breedte uit te smeren. Daarnaast is ze ook aan het bakken geslagen, als extra boost voor zijn sputterende BMI.

”Mmm, appelcake?”, pols ik, terwijl ze een heerlijk geurende, goudgele stronk uit de oven vist. ”Daar-blijf-jij-met-je-fikken-van-af-cake”, snauwt ze.

”Kom nou,” smeek ik, “één stukje kan toch geen kwaad?

”O nee? Hoeveel kilo’s moet je nog kwijt?”

”Euh…”

”Precies, drink jij nog maar een glaasje water.”

”Jij legt hier duidelijk gewicht in de schaal, pa”, zegt A. met zijn bakkes vol suikerzoet gebak.

Hij komt niet meer bij, de afvallige.