NOG TWEE KEER SLAPEN

Een man op het strand. Niet meer dan een schim in tegenlicht. Hij wuift. Naar zijn vrouw. Een vriend. Zijn hond. Naar zijn kleinkind, misschien. Zo’n felle springer, die ergens buiten beeld gillend door het zand rolt. Kijk naar mij! Kijk naar mij, roept die kleine. Zoals kinderen vaak doen. De man kijkt. En wuift. Er hangt een zekere vermoeidheid over hem. Alsof hij die ochtend veel te vroeg wakker is geworden. Kleinkinderen en nachtrust: ze gaan zelden samen. Nog twee keer slapen, denkt de man. Dan gaat de springer weer naar huis.